Handrekoefeningen bij artrose: Zelfstandig oefenen thuis
Je handen. Je gebruikt ze de hele dag, zonder erbij na te denken.
Totdat het niet meer soepel gaat. Een doffe pijn bij het uitknijpen van een spons. Stijfheid als je een potje open probeert te draaien.
Artrose in je handen is vervelend en beperkt je enorm in je dagelijks leven. Het voelt alsof je lichaam je in de steek laat.
Maar dat hoeft niet zo te zijn. Je kunt zelf veel doen om je handen soepeler en sterker te houden.
Met de juiste oefeningen hou je de grip en de beweging die je zo hard nodig hebt. Dit is jouw gids om zelfstandig thuis aan de slag te gaan.
Waarom bewegen zo belangrijk is bij artrose
Artrose is slijtage van het kraakbeen in je gewrichten. In je handen zijn dat veel kleine gewrichtjes.
Kraakbeen is een soort kussentje dat ervoor zorgt dat je botten soepel over elkaar glijden. Bij artrose wordt dit kussentje dunner en ruwer.
Dat zorgt voor pijn en stijfheid. De natuurlijke reactie is om je handen minder te gebruiken. Maar dat is precies de verkeerde reactie. Door te bewegen, stimuleer je de aanmaak van gewrichtsvocht.
Dit vocht werkt als een natuurlijke olie voor je gewrichten. Het zorgt voor minder wrijving en dus minder pijn.
Daarnaast houden de oefeningen je spieren sterk. Sterke spieren rondom je gewrichten nemen een deel van de druk weg. Je kunt het zien als een stevig korset dat je gewricht beschermt.
Als je stopt met bewegen, worden je spieren slapper en neemt de pijn juist toe. Je belandt in een vicieuze cirkel.
Door actief te blijven, breek je die cirkel. Bovendien helpen de oefeningen om je bewegingsbereik te behouden of zelfs te vergroten.
Stijfheid maakt je handen langzaam. Door regelmatig te stretchen en te bewegen, voorkom je dat je vingers in een gebogen stand vast gaan zitten. Dit betekent dat je langer zelfstandig kunt blijven koken, aankleden of schrijven.
Het is een investering in je zelfredzaamheid. Je hoeft geen uren te trainen; een paar minuten per dag maakt al een wereld van verschil.
De basis: drie oefeningen die je direct kunt doen
Je hebt geen ingewikkelde apparaten nodig. Je eigen handen en een simpele zachte bal zijn al voldoende.
Deze drie oefeningen voor de arm thuis vormen de basis van je training. Doe ze rustig, zonder te forceren. Je voelt een lichte rek, geen scherpe pijn. Als het pijn doet, stop dan direct en probeer het de volgende dag opnieuw met een kleinere beweging.
1. De Vuistenmaker
Deze oefening houdt je handspieren stuk voor stuk soepel. Maak je hand plat en ontspannen op een tafel.
Buig nu langzaam al je vingers tot een zachte vuist. Je duim ligt bovenop je andere vingers.
Draai de beweging langzaam terug: ontvouw je hand tot hij weer plat op de tafel ligt. Herhaal dit 10 tot 15 keer. Het voelt alsof je zachtjes knijpt in een zacht balletje.
2. De Tafel-Plank
Doe dit met beide handen. Deze oefening stretcht de bovenkant van je hand en pols.
Zet je hand plat op de tafel, met je vingers naar voren. Buig je vingers niet, maar til alleen je handpalm op, zodat alleen je vingertoppen en je pols de tafel raken. Je hand vormt nu een soort bruggetje.
Houd die positie 5 seconden vast en laat dan weer zakken. Doe dit 5 tot 10 keer per hand.
3. De Bal-Knijper
Deze oefening is perfect voor je knijpkracht. Neem een zachte bal.
Een speciale therapiabal van silicone werkt fijn, maar een simpel schuimrubber balletje of zelfs een zacht kussentje kan ook.
Knijp de bal zachtjes samen en houd de spanning 5 seconden vast. Laat langzaam los. Je voelt de spieren in je onderarm en handpalm werken. Doe dit 10 tot 15 keer per hand. Let op dat je niet te hard knijpt; het gaat om controle, niet om kracht.
Varianten en hulpmiddelen om je oefeningen te verrijken
Als je een tijdje geoefend hebt, kun je de oefeningen wat uitdagender maken.
Ook zijn er handige hulpmiddelen die het oefenen makkelijker en effectiever maken, zoals bij handrevalidatie na een CVA. Veel van deze hulpmiddelen kun je aanvragen via de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) bij je gemeente, bijvoorbeeld via een mantelzorgconsulent of een wijkverpleegkundige.
- Therapieballen (silicone): Deze zijn zacht, voelen prettig aan en zijn eenvoudig schoon te maken. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende hardheden (zacht, medium, hard). Start met een zachte bal (hardheid 10 Shore). Een setje van drie ballen in verschillende maten (bijv. 4, 5 en 6 cm) kost ongeveer €10,- tot €15,-. Ideaal voor de knijpoefening.
- Handtherapie Putty (therapieklei): Dit is een kneedbare klei die je gebruikt om je vingers en handpalm te trainen. Je kunt erin knijpen, erin duwen met je vingers of er strekoefeningen mee doen. Er zijn verschillende weerstandsniveaus, vaak aangeduid met kleuren (geel = zacht, rood = medium, groen = stevig). Een potje kost tussen de €8,- en €12,-. Het is een heel fijn alternatief voor een bal.
- Verstelbare handtrainer: Een apparaatje waarmee je zowel je knijpkracht als je open- en dichtbeweging kunt trainen. Vaak kun je de weerstand verstellen. Dit is een investering, maar gaat lang mee. Een degelijke, simpele handtrainer kost ongeveer €20,- tot €30,-. Let op dat de greep niet te groot is voor je hand.
- WMO of thuiszorg hulpmiddelen: Overleg met je huisarts of wijkverpleegkundige. Soms kun je via de WMO een vergoeding krijgen voor therapiematerialen, vooral als je ondersteuning krijgt van mantelzorg of thuiszorg. Zij kunnen je ook helpen bij het aanvragen. Vraag specifiek naar 'handtherapiemateriaal' of 'oefenmaterialen voor fysiotherapie thuis'.
Je kunt ze ook zelf kopen. Hieronder vind je een overzicht met prijsindicaties. Een andere simpele variant is het gebruik van een washandje. Maak het washandje nat en knijp het uit.
Dit combineert een oefening met een praktische huishoudelijke taak. De weerstand van het natte textiel is perfect voor je handspieren.
Of pak een flesje water van 500ml en gebruik dit als lichtgewicht om je polsen te strekken en te draaien. Zo integreer je de oefeningen vanzelf in je dag.
Tip voor de WMO: Vraag naar 'ergotherapie'. Een ergotherapeut kan je leren hoe je dagelijkse handelingen aanpast om pijn te verminderen en kan je een passend oefenprogramma geven. Dit valt vaak onder de WMO.
Praktische tips voor een succesvol oefenritueel
Het geheim van succes is regelmaat, niet intensiteit. Een paar minuten elke dag is beter dan één keer per week een half uur fanatiek oefenen.
Bouw het langzaam op. Je lichaam is geen machine. Luister goed naar de signalen die het geeft.
- Kies een vast moment: Doe je oefeningen altijd op hetzelfde moment. Bijvoorbeeld ’s ochtends na het wakker worden, als je handen nog stijf zijn. Of ’s avonds voor de tv. Door het te koppelen aan een bestaande routine, vergeet je het niet.
- Warm je handen op: Voordat je begint, kun je je handen even warm maken. Was ze met warm water of leg een warm washandje er een minuutje op. Dit maakt de spieren en gewrichten soepeler en de oefeningen voelen minder zwaar.
- Houd een oefenboekje bij: Schrijf op wat je doet en hoe het voelt. Bijvoorbeeld: '10x knijpen met de gele klei, voelt goed'. Dit helpt je om je vooruitgang te zien en om te onthouden wat je gedaan hebt. Het is ook handig om te bespreken met een fysiotherapeut of ergotherapeut.
- Combineer met mantelzorg: Als je mantelzorg krijgt, betrek je partner, kind of buurman erbij. Vraag of ze je eraan herinneren of zelfs een keertje met je mee willen oefenen. Samen gaat het vaak leuker en makkelijker.
Een lichte spiervermoeidheid is normaal, scherpe pijn is een waarschuwing. Onthoud dat het doel niet is om topsport te bedrijven.
Het doel is om je handen zo lang mogelijk goed te kunnen gebruiken. Om pijn te verminderen en om zelfstandig te blijven. Net als bij het leren lopen met krukken is elke beweging een stap in de goede richting. Wees trots op jezelf als je het doet.
Je investeert in je eigen lichaam en dat is iets om heel blij mee te zijn. Als je vragen hebt of twijfelt of de oefeningen voor jou geschikt zijn, overleg dan altijd met je huisarts of een fysiotherapeut. Zij kunnen je helpen met een advies op maat.