Hulpmiddelen aanschaffen voor kleinere beurs: 5 slimme tips
Stel je voor: je moeder kan de trap niet meer goed op, of je partner heeft een rollator nodig na een heupoperatie. Hulp is nodig, maar een scootmobiel of een hoog-laagbed kost al snel honderden, soms duizenden euros.
Je budget is krap. Herkenbaar? Geen panikeren. Met de juiste aanpak regel je prima hulpmiddelen voor weinig of zelfs geen geld. Dit is geen onmogelijke opgave.
Ik leg je stap voor stap uit hoe je slim schakelt tussen eigen middelen, de Wmo en de zorgverzekering, zonder in een bureaucratische mallemolen te belanden.
Pak een kop koffie, en laten we dit samen uitzoeken.
Waarom dit zo belangrijk is
Een goed hulpmiddel betaalt zichzelf terug. Letterlijk. Een stabiele douchezit voorkomt een val.
Een goede looprek geeft zelfvertrouwen en bespaart dure mantelzorguren. Als je het slim aanpakt, beperk je de kosten én de zorgen. Veel mensen weten niet dat ze recht hebben op vergoedingen via de Wmo, de zorgverzekering of specifieke regelingen voor chronische ziekten. Ze kopen duur via een webshop, terwijl een simpele aanvraag bij de gemeente of een belletje naar de zorgverzekeraar al veel uithaalt.
Bovendien: een hulpmiddel dat past bij je situatie, verhoogt je zelfredzaamheid. Je bent minder afhankelijk van anderen.
Dat is fijn voor jou, maar ook voor je mantelzorger. Kortom: de juiste keuze maakt je leven makkelijker en goedkoper op de lange termijn.
De kern: hoe regel je het en wat werkt?
Stap 1 is altijd: check de Wmo. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is er voor mensen die dagelijks vastlopen in hun eigen huis door lichamelijke beperkingen.
Je meldt je bij het Wmo-loket van je gemeente. Een consulent belt of komt langs en bekijkt wat er nodig is: een douchestoel, een aangepaste trapleuning, een aangepaste keuken of een rolstoel.
Als het ‘gebruikelijke hulp’ betreft (dingen die een gemiddeld gezin zelf kan regelen), betaal je vaak een eigen bijdrage via het CAK. Die bijdrage is in 2024 maximaal €19,50 per maand voor mensen met een laag inkomen. Soms is de bijdrage lager of nihil.
De gemeente kan ook besluiten dat je het hulpmiddel in bruikleen krijgt. Dan betaal je niets, maar het blijft eigendom van de gemeente.
Daarnaast is de zorgverzekering een goudmijn voor kleinere hulpmiddelen. Denk aan een rolstoel, een kruk, een loophulpmiddel of een hulpmiddel voor het toilet. Via de basisverzekering en aanvullende pakketten kun je vaak (gedeeltelijk) worden vergoed. Voor chronische aandoeningen geldt een chronische lijst.
Als je aandoening op die lijst staat, betaal je de eigen bijdrage voor het hulpmiddel niet, maar de verzekering betaalt wel.
Voor andere hulpmiddelen betaal je soms een eigen bijdrage, maar die is lang niet altijd hoog. Belangrijk: vraag vooraf een offerte bij de zorgverzekeraar. Zo voorkom je dat je achteraf voor verrassingen komt te staan.
Naast Wmo en zorgverzekering zijn er lokale regelingen. Sommige gemeentes hebben een minima-regeling of een speciaal potje voor mantelzorgers.
Check de website van je gemeente of bel met het Wmo-loket; er zijn vaak meer gratis hulpmiddelen via de gemeente beschikbaar dan je denkt. Ook zijn er stichtingen die kleine hulpmiddelen vergoeden, zoals Stichting Leergeld voor kinderen, of Stichting Maatje voor senioren. Soms kun je een beroep doen op de Wet langdurige zorg (Wlz) als je 24 uur per dag zorg nodig hebt, maar dat is meestal niet voor de aanschaf van een los hulpmiddel.
Een voorbeeld: je vader heeft een rollator nodig. Je kunt online een goedkope rollator kopen voor €80-€150.
Die is vaak van aluminium en weegt weinig, maar heeft minder stabiele remmen.
Wat werkt in de praktijk?
Via de zorgverzekering kun je een rollator krijgen die voldoet aan bepaalde eisen. De verzekeraar vergoedt vaak tot €300-€500, afhankelijk van je aanvullende pakket. De eigen bijdrage kan €25-€50 zijn.
Is je vader chronisch ziek? Dan betaal je misschien niets.
Via de Wmo kun je een rollator in bruikleen krijgen. De keuze hangt af van wat je nodig hebt: een lichtgewicht voor af en toe, of een stevige voor dagelijks gebruik. Voor een scootmobiel is de Wmo vaak het startpunt. De aanschaf kan €2.000-€4.000 zijn.
Via de Wmo krijg je soms een vergoeding of een huurscooter. De eigen bijdrage via het CAK bedraagt maximaal €19,50 per maand, maar hangt af van je inkomen.
Prijskaartjes: wat kost wat?
Hieronder vind je een overzicht van gangbare hulpmiddelen met prijsindicaties en mogelijke vergoedingen. Prijzen kunnen fluctueren, dus altijd even navragen.
- Looprek: nieuw €50-€120, tweedehands €20-€50. Vergoeding via zorgverzekering soms tot €100, eigen bijdrage vaak €0-€25. Via Wmo in bruikleen mogelijk.
- Rollator: nieuw €80-€250, lichtgewicht tot €400. Vergoeding zorgverzekering tot €300-€500 (afhankelijk van aanvullend pakket), eigen bijdrage €25-€50. Via Wmo vaak in bruikleen.
- Douchestoel of -bankje: nieuw €40-€120. Vergoeding via zorgverzekering (hulpmiddelenlijst) vaak tot €100, eigen bijdrage laag. Via Wmo kan gratis in bruikleen.
- Verhoogd toilet of toiletverhoger: nieuw €30-€150. Vergoeding zorgverzekering soms tot €100, eigen bijdrage klein. Via Wmo voor woningaanpassing mogelijk.
- Hoog-laagbed: nieuw €1.500-€3.500. Via Wmo in bruikleen, eigen bijdrage CAK maximaal €19,50 per maand. Via Wlz (indien van toepassing) vaak geen eigen bijdrage.
- Scootmobiel: nieuw €2.000-€4.000, tweedehands €800-€1.500. Via Wmo huur of vergoeding, eigen bijdrage CAK €19,50 per maand (inkomensafhankelijk). Via zorgverzekering zelden.
- Rolstoel: nieuw €300-€1.200. Vergoeding via zorgverzekering tot €500-€1.000, eigen bijdrage €25-€75. Via Wmo in bruikleen.
- Ademhalingstherapie-apparaat (CPAP): nieuw €600-€1.200. Via zorgverzekering vergoed, geen eigen bijdrage als op chronische lijst.
- Stoma- of incontinentiemateriaal: per maand €50-€150. Vergoeding via zorgverzekering, eigen bijdrage laag of nihil bij chronische indicatie.
Voor kleine hulpmiddelen zoals een grijpstok (€5-€15), een aangepaste bestekgreep (€10-€20) of een aankleedstok (€10-€25) is de zorgverzekering vaak niet van toepassing.
Koop deze bij een thuiszorgwinkel of online. Tweedehands via Marktplaats of een hulpmiddelen outlet en sale is vaak spotgoedkoop, maar controleer altijd op stevigheid en hygiëne.
5 slimme tips
- Start altijd bij de Wmo-consulent: een telefoontje naar het Wmo-loket van je gemeente is gratis. De consulent kan een indicatie stellen en je vertellen of je in aanmerking komt voor een vergoeding of bruikleen. Vaak weet je binnen een week waar je aan toe bent. Vraag expliciet naar kleine hulpmiddelen, want soms staan die niet standaard in het aanbod.
- Check je zorgverzekering én aanvullende pakketten: een basisverzekering dekt lang niet alles. Een aanvullende verzekering (vaak €10-€20 per maand extra) kan een wereld van verschil maken. Vraag vooraf om een offerte of een overzicht van vergoedingen. Voor chronische aandoeningen kun je soms een beroep doen op de chronische lijst, waardoor je geen eigen bijdrage betaalt.
- Koop tweedehands of huur: voor rollators, looprekken en rolstoelen is tweedehands vaak prima. Check de staat van de remmen, de banden en het frame. Een tweedehands scootmobiel koop je vanaf €800, maar huur is soms verstandiger: €50-€80 per maand via de Wmo. Zo ben je niet verantwoordelijk voor onderhoud.
- Gebruik lokale regelingen en stichtingen: veel gemeentes hebben een minima-regeling voor hulpmiddelen. Ook stichtingen zoals Stichting Leergeld (voor kinderen) of Stichting Maatje (voor senioren) bieden kleine bedragen voor specifieke hulpmiddelen. Vraag na bij het sociaal wijkteam of de gemeente.
- Combineer met mantelzorgondersteuning: soms is een hulpmiddel sneller geregeld via een mantelzorgconsulent. Zij weten welke regelingen er zijn en kunnen een aanvraag voor je indienen. Ook kun je een beroep doen op respijtzorg: tijdelijke vervanging van de mantelzorger, zodat je rustig een hulpmiddel kunt uitzoeken of laten installeren.
Praktische tips voor de aanschaf
Voordat je iets koopt: meet alles goed op. Een te smalle deur voor een rollator is frustrerend. Een te lage douchezit leidt tot pijnlijke knieën.
Neem de maten op: breedte van deurposten, hoogte van het bed, diameter van de toiletpot.
Voor een scootmobiel: check de draaicirkel en de maximale helling die hij aankan. Voor een rollator: kies een model met goed zichtbare remmen en een stevig frame.
Een lichtgewicht van 7-8 kilo is handig voor de auto, maar een zwaarder model (10-12 kilo) is stabieler op oneffen terrein. Let op de garantie. Een nieuwe rollator heeft vaak 2 jaar garantie.
Bij tweedehands kun je vragen om een proefrit en een bewijs van onderhoud.
Bij huur via de Wmo of een thuiszorgwinkel is onderhoud meestal inbegrepen. Dat scheelt je tijd en geld. Vraag ook of het hulpmiddel geschikt is voor jouw specifieke situatie: heeft je vader bijvoorbeeld een rem nodig die met één hand te bedienen is? Is er ruimte voor een opklapbare douchestoel?
Bij de aanschaf van medische hulpmiddelen die je langere tijd gebruikt, zoals een CPAP-apparaat of een zuurstofconcentrator, is het verstandig om te informeren naar het eigen risico. Die kan oplopen tot €385 per jaar.
Sommige verzekeraars bieden een betalingsregeling. Vraag hier expliciet naar.
Tot slot: bewaar alle bonnen en offertes. Die zijn nodig voor declaratie bij de zorgverzekeraar of voor de Wmo-aanvraag. Wil je liever eerst hulpmiddelen lenen bij de gemeente? Als je overweldigd bent door de stapel formulieren, schakel dan hulp in.
Afsluitend: je hoeft het niet alleen te doen
Een mantelzorgconsulent, een wijkverpleegkundige of een vrijwilliger van het sociale wijkteam kan je helpen met de aanvraag. Samen kom je verder dan alleen. Het doel is simpel: een hulpmiddel dat werkt, past en niet te duur is.
Met deze vijf tips kun je direct aan de slag. En onthoud: een klein bedrag investeren in een goed hulpmiddel voorkomt vaak grotere kosten later.
Dus: bel vandaag nog je gemeente, check je zorgverzekering en kijk tweedehands. Je bent sneller klaar dan je denkt.