Slikproblemen bij dementie: Wanneer wordt voeding gevaarlijk
Een brok in de keel die niet wil zakken. Een slok water dat verkeerd gaat en een heftige hoestaanval.
Voor iemand met dementie kan eten en drinken plotseling een gevecht worden.
Het is een van die dingen die langzaam insluipen. Eerst gaat het misschien nog goed met een gemalen prakje, maar op een dag is zelfs dat te lastig. Dit gaat niet alleen over ongemak.
Het gaat over veiligheid. Want wanneer wordt eten een gevaar voor de gezondheid?
Wat zijn slikproblemen bij dementie eigenlijk?
Slikproblemen, artsen noemen dit dysfagie, zijn bij dementie vaak het gevolg van achteruitgang in de hersenen. Het slikken is een ingewikkeld proces dat normaal gesproken automatisch gaat.
Je hersenen sturen een seintje naar je mond, je keel en je slokdarm. Bij dementie raken die seintjes in de war. De persoon vergeet te slikken of doet het niet op het juiste moment.
Het gevolg: voeding of drank belandt in de luchtpijp in plaats van de maag. Dit heet aspiratie.
Het begint vaak klein. Je ziet dat iemand langer op zijn eten kauwt. Of hij houdt eten lang in zijn mond zonder te slikken.
Hij kan vaker beginnen te hoesten tijdens of na het eten. Soms klinkt de stem schor of 'bekerig' na een slok drinken.
Het is alsof er water in de stembanden zit. Dit zijn de eerste signalen.
Ze zijn makkelijk te missen of toe te schrijven aan 'afleiding' of 'verwardheid'. Toch zijn het cruciale waarschuwingen. Een ander teken is dat iemand ineens heel anders gaat eten. Misschien slikt hij hele happen in één keer zonder te kauwen.
Of hij houdt het eten verstopt in zijn wang, als een hamster. Dit gedrag ontstaat omdat het slikken zelf pijnlijk of eng is geworden.
De hersenen weten niet meer hoe het moet. Het lichaam probeert op een rare manier om het probleem op te lossen. Het is een gevecht tegen een eigen lichaam dat de controle verliest.
Waarom dit zo gevaarlijk is: de sluipende risico's
Het grootste gevaar is een longontsteking door aspiratie. Dit betekent dat er etensresten of drank in de longen terechtkomen.
Daar groeien bacterieën en het ontstekingsproces begint. Een longontsteking kan voor een oudere persoon met dementie levensbedreigend zijn.
Het begint vaak met een beetje hoesten, wat koorts en minder energie. In een mum van tijd kan het heel ernstig worden. Regelmatig eten of drinken verkeerd slikken, vergroot dit risico enorm.
Naast de directe gevaren van verkeerd slikken, is er het gevaar van uitdroging en ondervoeding. Iemand die slikproblemen heeft, gaat automatisch minder eten en drinken. Het kost te veel moeite, het is eng of het doet pijn. Soms verstoppen mantelzorgers eten, omdat ze niet weten hoe ze het aan moeten passen.
Uitdroging zorgt voor verwardheid, waardoor de dementie erger lijkt. Ondervoeding zorgt voor spierkrachtverlies.
Het lichaam wordt zwakker en kan minder goed herstellen. Er is ook een sociale en emotionele kant.
Eten is plezier, gezelligheid, een moment van verbinding. Als dit misgaat, verdwijnt dat. De persoon met dementie schaamt zich voor het hoesten of het morsen.
Mantelzorgers zitten gespannen aan tafel, bang dat het misgaat. De maaltijd wordt een moment van stress in plaats van rust.
Dit kan leiden tot sociale isolatie, omdat men uit angst voor problemen niet meer samen eet. Het raakt de kwaliteit van leven diep.
Eten moet veilig en plezierig zijn. Als de angst voor verstikking de overhand neemt, is het tijd voor een nieuwe aanpak.
De wereld van aangepast eten: van prakjes tot speciale producten
De eerste stap is vaak het aanpassen van de structuur van het eten.
De logopedist kan een slikonderzoek doen om te bepalen wat nog veilig is. Dit resulteert in een dieetadvies, bijvoorbeeld 'gemalen vlees' of 'vochtig'. Veel thuiszorgorganisaties kunnen hiermee helpen. Thuis kun je dit zelf doen met een goede staafmixer.
Een simpele blender van €30-€40 is vaak al voldoende. Je maakt er een glad prakje van, zonder klontjes.
Let op dat je niet te veel vocht toevoegt, want dat maakt het doorslikken juist weer lastiger.
De volgende stap is het aanpassen van de drank. Water is vaak het gevaarlijkst, omdat het waterachtig is en snel in de luchtpijp kan schieten. Met een paar druppels verdikkingspoeder, zoals ThickenUp van Nutricia, verander je drank in een siroopachtige structuur.
Dit loopt langzamer en is makkelijker te controleren in de mond. Een bus verdikkingspoeder kost ongeveer €15-€20.
Het is even zoeken naar de juiste dikte, maar het kan een wereld van verschil maken. Soms is het handig om drinken in een bekertje met een speciale tuit te geven, die de hoeveelheid per slok beperkt. Er zijn ook kant-en-klare producten voor ernstige slikproblemen.
Dit zijn 'dikke vloeistoffen' en 'pappen' die je koopt via de thuiszorgwinkel of apotheek.
Denk aan producten als Fortimel Extra dik of Nutrison Advanced. Deze zijn vaak duurder, rond de €3-€5 per verpakking, maar zijn perfect uitgebalanceerd en van constante kwaliteit.
Ze zijn handig voor als je zelf niet de tijd of kennis hebt om alles te bereiden.
Je kunt ze vaak declareren via de WMO of de zorgverzekering, als er een dieetadvies van een arts is. Prijsindicaties voor hulpmiddelen:
- Staafmixer: €25 - €50
- Verdikkingspoeder (100 gram): €15 - €20
- Speciale bekertjes (tuitbeker): €5 - €15 per stuk
- Kant-en-klare dieetmaaltijden: €3 - €5 per maaltijd
De hulp die je kunt regelen: van WMO tot logopedie
De eerste specialist die je inschakelt is de huisarts. Die kan je doorverwijzen naar een logopedist.
De logopedist is de expert op het gebied van slikken. Hij of zij onderzoekt hoe het slikken werkt, geeet oefeningen om de monkspieren sterker te maken en geeft advies over de juiste voeding en drank. Logopedie zit in de basisverzekering.
Je hebt wel een verwijsbrief nodig. Het eigen risico geldt wel, dus hou daar rekening mee.
Een logopedist komt vaak naar huis, wat heel fijn is. Voor het regelen van hulp bij het eten en drinken zelf, kun je een beroep doen op de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Je kunt een afspraak maken met het WMO-loket van je gemeente.
Zij kunnen je helpen met een aanvraag voor hulp in de huishouding. Een wijkverpleegkundige komt dan langs om te kijken wat er nodig is.
Dit kan zijn hulp bij het koken, het bereiden van maaltijden, of ondersteuning bij het eten zelf.
De kosten hangen af van je inkomen, via een eigen bijdrage. Soms is er meer nodig dan alleen hulp van een verzorger. Er kan een indicatie voor specialistische zorg worden aangevraagd via de wijkverpleegkundige. Dit valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Denk aan intensieve hulp bij eten en drinken bij dementie, of het toedienen van sondevoeding als dat nodig is. Sondevoeding is een flinke stap, maar soms de enige veilige manier om voldoende voeding binnen te krijgen.
Dit gaat altijd in overleg met een arts en een diëtist. Het is goed om te weten dat dit vaak tot de basisverzekering behoort, zonder eigen bijdrage. Een andere belangrijke schakel is de diëtist.
Die kan een voedingsplan op maat maken. Zij kan precies berekenen hoeveel calorieën en eiwitten iemand nodig heeft om op gewicht te blijven.
Dit is vaak hard nodig, want met aangepast eten (zoals prakjes) krijg je vaak minder voedingsstoffen binnen. De diëtist kan adviseren over extra's zoals een voedingssupplement (zoals een flesje Nutridrink) om het tekort aan te vullen. Een flesje kost ongeveer €2-€3. De diëtist zit ook in de basisverzekering, net als de logopedist.
Praktische tips: hoe overleef je de maaltijd?
De sfeer tijdens het eten is minstens zo belangrijk als het eten zelf. Zorg voor rust.
Zet de tv uit, zorg dat er niet te veel mensen tegelijk praten. Ga naast de persoon met dementie zitten, niet er tegenover. Dat voelt minder als een confrontatie, zeker wanneer een verhuizing naar het verpleeghuis nog niet aan de orde is.
Eet zelf ook een beetje mee, maar neem de tijd. Een maaltijd hoeft niet in 20 minuten op.
Neem er gerust een uur voor. Doe tussendoor even iets anders als het te veel wordt.
De kunst is om het ontspannen te houden. Hou rekening met het ritme van de dag om nachtelijke onrust bij dementie te beperken. Eet op het moment dat de persoon met dementie het meest alert en rustig is. Dit is vaak 's ochtends of in de vroege middag.
Als de persoon moe is of onrustig aan het einde van de dag, werkt eten vaak niet. Soms helpt het om kleine beetjes te eten verspreid over de dag, in plaats van drie grote maaltijden.
Een bakje yoghurt, een boterham, een kom soep. Dat is makkelijker te overzien en te verwerken. Let op de houding.
Zorg dat iemand rechtop zit, met het hoofd iets voorover gebogen. Gebruik eventueel een kussentje in de rug.
Met het hoofd naar beneden slikken is veiliger. Geef kleine beetjes tegelijk op een platte lepel. Gebruik een lepel met een diepe holte, die is makkelijker dan een eetlepel.
Eet van links naar rechts of andersom. Geef de tijd om alles goed door te slikken voordat je de volgende lepel geeft.
Het klinkt misschien gek, maar een klein klontje suiker of een stukje broodkorst kan soms helpen om de slikreflex op gang te brengen. Vertrouw op je gevoel. Jij kent de persoon het beste.
Als je ziet dat het niet gaat, stop dan. Bied iets anders aan.
Een andere smaak, een andere textuur. Soms is een ijsklontje of een beetje waterijs (sorbetti) een goede manier om de monspieren te oefenen en tegelijkertijd te hydrateren.
En bovenal: vraag om hulp. Dit is geen strijd die je alleen hoeft te winnen. Schakel de logopedist in, praat met de wijkverpleegkundige. Samen kun je de maaltijd weer veilig en plezierig maken.