WMO hulpmiddelen overzicht: Wat vergoedt de gemeente wel en niet
Stel je voor: je moeder kan niet meer zo makkelijk de trap op. Of je man heeft een nieuwe heup en kan even niet autorijden.
Dan komt de WMO om de hoek kijken. Maar hoe werkt dat precies?
Wat krijg je vergoed en wat niet? Dat is vaak een doolhof van regels. In dit overzicht helpen we je erdoorheen.
We houden het simpel en concreet. Want je wilt gewoon weten waar je aan toe bent. Zonder gedoe.
Wat is de WMO eigenlijk?
De WMO staat voor Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Deze wet is er voor iedereen die door ziekte, ouderdom of een beperking hulp nodig heeft. De gemeente is verantwoordelijk.
Zij regelen dat je kunt blijven wonen en meedoen. Denk aan hulp in huis, maar ook aan hulpmiddelen.
De WMO is niet hetzelfde als de WLZ of de Zorgverzekering. Dat is een veelgemaakte fout.
De WMO is er voor zelfstandig wonen. Het doel is simpel: jou zo lang mogelijk thuis laten wonen. Met de juiste ondersteuning.
Dat kan van alles zijn. Een traplift, een scootmobiel of hulp in de huishouding.
De gemeente kijkt naar wat jij nodig hebt. Dat heet een 'ondersteuningsplan'. Het is maatwerk. Iedereen is anders. Daarom is dit overzicht ook zo handig. Je leert wat er mogelijk is.
Waarom is dit belangrijk voor jou? Omdat je recht hebt op hulp.
Veel mensen weten dit niet. Ze denken: 'ik red me wel'.
Maar je hoeft het niet alleen te doen. De WMO is er om te helpen. Zonder schaamte. Het is een vangnet.
Een vangnet dat jou en je mantelzorger ontlast. Want mantelzorg is zwaar. De WMO kan taken overnemen.
De WMO is een basisvoorziening. Iedere gemeente moet dit aanbieden.
Maar hoe ze het invullen, verschilt per gemeente. De een is strenger dan de ander.
Daarom is het slim om je goed voor te bereiden. Weten wat je kunt vragen. Dat is het halve werk. Wij helpen je daarbij.
De aanvraag: Hoe begin je?
Je begint met een telefoontje naar het WMO-loket van jouw gemeente. Of je doet een online aanvraag.
Dit is altijd de eerste stap. Zonder aanvraag gebeurt er niets. Wees voorbereid. Vertel duidelijk wat het probleem is.
Wat lukt niet meer? Waar heb je hulp bij nodig?
Schrijf dit van tevoren op. Dan vergeet je niets belangrijks. Na je telefoontje komt er een WMO-consulent bij je thuis.
Dit is een medewerker van de gemeente. Hij of zij praat met jou.
Soms ook met je mantelzorger. Samen bespreek je de situatie.
Wat zijn je wensen? Wat zijn je problemen? De consulent kijkt niet alleen naar jou, maar naar het hele plaatje. Hoe ziet je huis eruit?
Wie helpt je nu al? De consulent maakt een 'keukentafelgesprek' met je.
Dat klinkt gezelliger dan het soms is. Het is serieus. Maar je hoeft niet te doen alsof. Wees eerlijk. Zeg dat het niet lukt.
Dat je hulp nodig hebt. De consulent schrijft alles op.
Dit wordt de basis voor je aanvraag. Dit gesprek is gratis. Het duurt meestal een uur.
Daarna beslist de gemeente. Dit duurt vaak 6 tot 8 weken. Soms langer.
Je krijgt een brief. Daarin staat of je recht hebt op hulp. En welke hulp dan precies.
Ben je het niet eens met de beslissing? Dan kun je bezwaar maken.
Doe dit altijd binnen 6 weken. Vraag hulp bij het schrijven van bezwaar.
Bijvoorbeeld bij een patiëntenvereniging.
Wat vergoedt de gemeente wel?
De gemeente vergoedt hulpmiddelen die nodig zijn voor zelfstandig wonen. Denk aan een rolstoel, een rollator of een aangepast bed. Maar ook aan een scootmobiel.
De keuze hangt af van je situatie. De gemeente kijkt naar wat 'passend' is.
Dit betekent: het goedkoopste middel dat werkt. Ze vergoeden geen luxe artikelen.
Een voorbeeld: een traplift. Als je boven woont en de trap is het enige obstakel, dan is een traplift vaak mogelijk. Een basismodel kost ongeveer €1.500 tot €2.500.
De gemeente vergoedt dit. Wel moet je vaak een eigen bijdrage betalen.
Die hangt af van je inkomen. De goedkoopste optie is een stoeltje dat vast zit aan een rail. Een duurdere optie is een platformlift. Die is er voor rolstoelen.
Ook voor badkamers is er hulp. Een douchezitje of een beugel aan de muur.
Een douchestoel kost ongeveer €50 tot €150. Een wandbeugel €20 tot €40.
De gemeente vergoedt dit meestal wel. Als het nodig is voor de veiligheid. Een aangepaste douche of toilet is duurder.
Dan gaat het om duizenden euro's. Dit kan alleen als het echt niet anders kan. De gemeente keurt eerst je badkamer.
Er zijn ook hulpmiddelen voor buiten. Een scootmobiel is een bekende.
Een basismodel, bijvoorbeeld van Merk A (let op: geen echte merknaam noemen, maar type), kost ongeveer €2.000. De gemeente vergoedt dit.
Je moet wel een rijbewijs hebben of een test doen. Ook een aangepaste fiets, zoals een driewieler, kan vergoed worden. Een driewieler van Merk B kost nieuw zo'n €1.500.
De gemeente kijkt of fietsen voor jou veilig is. Thuiszorg is ook een WMO-voorziening.
Dit heet 'hulp bij het huishouden'. De gemeente vergoedt een aantal uur per week. Dit hangt af van wat je zelf kunt. Een schoonmaakster via de WMO kost ongeveer €15 per uur (eigen bijdrage).
De gemeente betaalt de rest. Dit ontlast mantelzorgers enorm.
Want het huishouden kan te zwaar worden. Vraag hier gerust om.
Wat vergoedt de gemeente NIET?
Dit is de lastige kant. De WMO is streng.
Niet alles wordt vergoed. De gemeente betaalt geen luxe. Een voorbeeld: een dure elektrische fiets.
Die is voor vrije tijd, niet voor noodzakelijk vervoer. Wil je toch een e-bike?
Dan moet je hem zelf kopen. Een goede e-bike kost al snel €1.500 tot €3.000. De WMO doet niet mee.
Ook hulpmiddelen voor 'gemak' worden niet vergoed. Stel je hebt een knieprothese.
Je kunt lopen, maar het is moeizaam. Een speciale wandelstok met een fancy design is dan niet nodig.
Een simpele, goedkope stok (€20) wel. De gemeente kiest voor het basisproduct. Alles daarboven is eigen keuze en eigen kosten. Denk aan een design-rollator.
Medische hulpmiddelen vallen onder de Zorgverzekering, niet onder de WMO. Een hoortoestel? Naar de zorgverzekering. Een brace voor je knie? Ook zorgverzekering. Een sta-op stoel?
Dit is een grijs gebied. Als het medisch is, is het zorgverzekering. Als het voor dagelijks functioneren is, is het WMO, tenzij er sprake is van intensieve zorg vanuit de Wet langdurige zorg.
Vaak moet je een verwijsbrief van de huisarts hebben voor de zorgverzekering. Ook voor aanpassingen aan je huis zijn er regels.
Een verhoogde drempel is vaak wel vergoed. Een nieuwe keuken bijna nooit. Tenzij je keuken echt niet functioneert door je beperking.
Dan kan de gemeente een aanpassing doen. Een speciale kraan of lage werkbladen. Dit is zeldzaam.
De kosten zijn hoog (€5.000+). De drempel ligt hoog. Soms biedt een aanvullende verzekering voor hulpmiddelen uitkomst. Een andere uitzondering: hulpmiddelen voor je hobby.
Wil je gaan schilderen maar je handen trillen? Een speciale penseelhouder wordt niet vergoed.
Dat is vrije tijd. De WMO is voor basisbehoeften: wassen, koken, wonen, vervoer.
Hou dit in je hoofd. Het schept duidelijkheid. Vraag anders om een 'motivering' van de afwijzing. Dan weet je waarom niet.
De kosten: Eigen bijdrage en eigen risico
Bij de WMO betaal je altijd een eigen bijdrage. Dit is geen eigen risico. Het eigen risico is voor de zorgverzekering.
De WMO eigen bijdrage hangt af van je inkomen. De Belastingdienst rekent dit uit.
Dit heet de 'WMO-bijdrage'. Het is een maandelijks bedrag.
Dit loopt via het CAK (Centraal Administratiekantoor). Hoeveel betaal je? Voor 2024 is de maximale bijdrage ongeveer €19 per maand voor een alleenstaande.
Voor een stel is het hoger, rond de €35 per maand. Dit bedrag is voor alle WMO-voorzieningen samen.
Dus of je nu een rollator én hulp in de huishouding hebt, de bijdrage blijft hetzelfde. Dit is een vast bedrag per huishouden. Er is een maximum. Je betaalt nooit meer dan een bepaald percentage van je inkomen.
De Belastingdienst rekent dit uit. Ze kijken naar je belastbaar inkomen.
Is je inkomen laag? Dan kan de bijdrage €0 zijn.
Vraag dit na bij de gemeente of het CAK. Veel mensen weten dit niet en betalen te veel. Check het! De eigen bijdrage voor een hulpmiddel verschilt per gemeente.
Soms betaal je eenmalig een bedrag. Soms maandelijks. Een scootmobiel heeft vaak een lage eenmalige bijdrage, bijvoorbeeld €50. Een traplift heeft een hogere eigen bijdrage.
Dit hangt af van de waarde van het middel. Vraag altijd om een prijsopgave voordat je akkoord gaat.
Let op: als je het hulpmiddel niet meer gebruikt, moet je het teruggeven. De gemeente is eigenaar.
Je kunt het niet zomaar verkopen. Ook niet als je verhuist. Dan kijkt de gemeente of het nieuwe huis past. Soms mag je het meenemen. Soms niet. Dit voorkomt teleurstellingen.
Praktische tips voor een succesvolle aanvraag
1. Bereid je voor. Schrijf op wat je niet meer kunt. Gebruik voorbeelden.
'Ik kan de was niet ophangen' is beter dan 'ik ben moe'. Wees concreet. Neem foto's van je huis. Laat zien waar de problemen zijn.
Dit helpt de WMO-consulent. Soms is er meer nodig en kun je thuiszorg aanvragen via de wijkverpleegkundige. 2. Betrek je mantelzorger.
Vraag of die meekomt naar het gesprek. Die kent jou en je situatie. Die kan ook zeggen hoe zwaar de zorg is. De gemeente moet ook naar de mantelzorger kijken. Is die overbelast?
Dan is extra hulp vaak sneller geregeld. 3.
Vraag om een proefplaatsing. Voordat je een duur hulpmiddel krijgt, mag je het vaak testen. Een week een scootmobiel proberen.
Of een maand een stoelverhoger. Zo weet je of het werkt.
Dit kan teleurstelling voorkomen. De gemeente is verplicht hierover mee te denken. 4.
Wees niet bang voor 'nee'. Als je aanvraag wordt afgewezen, vraag dan om een mondelinge toelichting.
Vraag ook om de 'beslistermijn'. De gemeente mag niet te lang wachten.
Als het te lang duurt, kun je een 'dwangsom' eisen. Dit is een boete voor de gemeente. Dat werkt vaak snel.
5. Gebruik de juiste taal.
Gebruik woorden als 'veilig', 'noodzakelijk', 'geen alternatief'. Dit zijn woorden waar de WMO op reageert. Zeg niet 'ik wil een mooie traplift'. Zeg: 'ik kan de trap niet meer veilig op zonder valgevaar'.
Dit maakt het verschil. Het is jouw leven. Zorg dat je gehoord wordt.