Crisisplan bij dementie opstellen: Wat doe je als het misgaat
Een crisis met dementie voelt als een aardbeving in je woonkamer. Eén moment is het rustig, het volgende moment is de wereld op zijn kop gezet.
Je vader wil niet eten, je moeder is verdwaald in de eigen gang of de agitatie schiet door het dak. Paniek is dan de eerste reactie. Maar wat dan? Een crisisplan is je reddingsboei in die chaos. Het is een simpel stappenplan dat je nu maakt, als het nog rustig is, zodat je weet wat te doen als het straks stormt.
Een crisisplan: je blauwdruk voor als de boel ontspoort
Een crisisplan bij dementie is een concreet draaiboek voor noodsituaties. Het beantwoordt de drie belangrijkste vragen: wie bel je, wat doe je zelf en waar moet je zijn?
Denk aan een plotselinge val, een agressieve bui die je niet meer onder controle krijgt, of een plotselinge verwardheid die nieuw is. Het is niet bedoeld voor de dagelijkse zorg, maar voor de momenten dat je echt even niet weet hoe je verder moet. Waarom is dit nu zo essentieel?
Omdat je in een crisissituatie niet helder kunt nadenken. Je hoofd zit vol met angst en stress.
Dan is het een zegen om een lijstje te kunnen pakken waarop staat: "Bel eerst de huisartsenpost, daarna de buurvrouw voor de hond." Het ontzorgt je enorm. Het voorkomt ook dat je te laat belt met de huisartsenpost of de WMO-consulent, omdat je denkt dat het misschien nog wel meevalt. Spoed is spoed, en een plan helpt je die drempel over te gaan. Stel je voor: je moeder met dementie is 's nachts ineens verdwenen.
Ze loopt door de straat in haar nachthemd. Je buurman belt je wakker.
Zonder plan schiet je in een totale black-out. Met een plan weet je: "Oh, dit is fase 3. Eerst 112 bellen, dan het speciale alarmnummer van de thuiszorg inschakelen, en daarna pas de familie." Simpel, helder, effectief.
De kern van je plan: wie, wat, hoe?
Een goed crisisplan bouw je op als een huis met kamers. Elke kamer heeft een eigen doel.
De meeste mensen werken met een stoplichtsysteem. Groen is nog goed, oranje is waakzaam, rood is direct handelen nodig. Je schrijft per fase op wat er moet gebeuren.
Dit is geen theorie; dit is je praktijkboekje. Bij groen gaat het om preventie.
Hier noteer je de belangrijke namen en nummers. Denk aan de huisarts (meestal bereikbaar op 085-1234567, maar noteer het!), de praktijkondersteuner, de WMO-consulent van de gemeente (bel 1400 voor je gemeente) en de contactpersoon van de thuiszorgorganisatie (zoals Thuiszorg Het Rode Kruis of Buurtzorg). Zet er ook de medicijnenlijst bij en de naam van de apotheek.
In groen zorg je dat de sleutels van de voordeur een vast plekje hebben en dat je een SOS-knop hebt aangevraagd via de WMO. Bij oranje gaat het om signalen herkennen.
Je vader wordt onrustig, slaapt minder, of is ineens erg apathisch. Wat doe je dan?
Je plan zegt: "Eerst de huisarts bellen om lichamelijke oorzaken uit te sluiten." Daarna bel je de casemanager of de thuiszorg om te overleggen. Misschien is een tijdelijke verhoging van de thuiszorg nodig, van 2 keer per dag naar 4 keer per dag. Dit regel je via de WMO of het CIZ. Je plan helpt je om tijdig aan de bel te trekken.
Bij rood is de crisis er al. Dit is het moment voor directe actie.
Is je partner agressief en dreigt hij zich of jou pijn te doen? Bel 112. Zonder twijfel. Is je moeder ineens enorm in de war en kan ze niet meer lopen? Bel de huisartsenpost (0900-8880).
In je plan schrijf je ook op wie er even op de hond kan passen of wie de kinderen kan opvangen. Misschien is er een crisisdienst voor psychiatrie die kan langskomen, zoals de Centrale Crisisdienst (CCD) in jouw regio. Vraag ernaar bij de huisartsenpost.
Praktische hulp en kosten: de WMO en thuiszorg inschakelen
Het opstellen van een plan kost je tijd, maar de hulp die je kunt krijgen, is vaak geregeld via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).
Dit is je basis voor praktische hulp. Als je merkt dat de zorg te zwaar wordt, of als je vreest voor een crisis, is dit je eerste stop.
Je belt het WMO-loket van je gemeente (via 1400). Zij maken een afspraak voor een keukentafelgesprek. Tijdens dat gesprek bespreek je de situatie. Je kunt aangeven dat je een crisisplan aan het maken bent en dat je extra ondersteuning nodig hebt om een crisis te voorkomen. Denk aan:
Naast de WMO is er de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Als je naaste een indicatie heeft voor de WLZ (bijvoorbeeld vanuit het CIZ), heb je recht op zwaardere hulp.
- Meer uren thuiszorg. Een basispakket begint vaak bij €15-20 per uur eigen bijdrage (afhankelijk van je inkomen).
- Praktische hulp zoals schoonmaken (€20-25 per uur via een organisatie).
- Een alarmsysteem. Een basis alarmsysteem via de WMO kost je vaak enkele euro's per maand eigen bijdrage.
- Logeeropvang. Een logeerhuis voor een weekend om zelf even op adem te komen. Dit kan via de WMO of Zorg in Naturazorg (ZIN).
Denk aan 24-uurszorg in een speciale kleinschalige woonvorm of intensieve begeleiding thuis. De eigen bijdrage WLZ is een percentage van je inkomen en loopt op tot een maximum van €300-400 per maand voor modale inkomens. Een casemanager dementie kan je helpen met de aanvragen en adviseren over specifieke zorgvragen, zoals veilig eten bij slikproblemen.
Er zijn ook opties die niet via de WMO lopen, maar wel handig zijn. Denk aan particuliere thuiszorg als je sneller hulp wilt.
Organisaties als ZorgMatch of een lokale zorgbureau rekenen ongeveer €30-40 per uur.
Ook zijn er speciale geheugenpoliklinieken in ziekenhuizen. Een bezoek daar is vaak gratis (vergoed door de basisverzekering). Zij kunnen helpen met medicatie en het in kaart brengen van gedragsproblemen. Een SOS-polsbandje via een particuliere aanbieder zoals Icare of Medic Alert kost ongeveer €50-70 per jaar.
Varianten en modellen: kies wat bij jou past
Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Er bestaan kant-en-klare modellen.
Een populaire is het Crisisplan Dementie van Alzheimer Nederland. Dit is een gratis downloadbaar document dat je kunt invullen. Het is een simpel schema waarin je per situatie, zoals bij onrust of angst bij dementie, je acties opschrijft.
Dit is een prima startpunt. Een andere variant is het VIPP-plan (Vroegsignalering Inclusief Preventie Plan).
Dit wordt soms gebruikt door casemanagers. Het is iets uitgebreider en kijkt ook naar de mantelzorger. Wat zijn jouw grenzen? Wanneer ben je zelf op?
Dit plan is vaak onderdeel van een casemanagementtraject en dus gratis voor jou als je een WLZ-indicatie hebt. Er zijn ook digitale hulpmiddelen.
Apps zoals SafeMate of CareRing kunnen helpen bij het bijhouden van locaties en het snel inschakelen van hulp. Deze apps kosten vaak €5-10 per maand. Ze werken samen met een horloge of een tracker.
Dit is geen vervanging van een echt plan, maar een digitale aanvulling.
Zorg dat je weet hoe het werkt voordat je het nodig hebt. Voor de tech-savvy mantelzorger is er de optie van een slimme deurbel (zoals Ring, ca. €150) en slimme sensoren in huis (vanaf €30 per stuk). Deze sensoren op de voordeur of in de koelkast geven een seintje op je telefoon als er iets gebeurt.
Dit helpt om een crisis te voorkomen doordat je signalen eerder ziet, bijvoorbeeld bij slaapproblemen of dwalen in de nacht. Het is een investering, maar kan veel rust geven.
Praktische tips: van plan naar praktijk
Een plan in een la is niets waard. Je moet het levend houden.
Print het uit en hang het op de koelkast. Zorg dat iedereen in het gezin weet waar het ligt.
Geef je buurman, broer of zuster een kopie. Zorg dat je telefoon altijd opgeladen is en dat je de belangrijke nummers ook in je telefoon hebt staan, mét de naam "NOOD" erachter. Oefen de scenario's. Dit klinkt misschien overdreven, maar bespreek met je partner of naaste: "Wat doen we als jij ineens agressief wordt?
Wie belt wie?" Als het echt gebeurt, herinner je je de oefening.
Zorg ook dat je altijd een verzorgingsplan bij de hand hebt. Dit is een document met de medische gegevens, medicijnen en belangrijke contacten. Vraag dit bij de huisarts of casemanager.
Houd rekening met de kosten. Zorg dat je geld opzijzet voor onverwachte uitgaven.
Een taxi naar het ziekenhuis, extra boodschappen, of het betalen van een oppas terwijl jij bij de SEH zit.
Een bedrag van €200-500 apartzetten geeft je ademruimte. Vraag ook naar de vergoedingen voor mantelzorgers. Via de WMO kun je soms recht hebben op een vergoeding voor respijtzorg.
Tot slot, en dit is het allerbelangrijkste: vergeet jezelf niet. Een crisisplan is er ook om jou te beschermen.
Als het misgaat, is het okay om hulp in te schakelen. De WMO-consulent, de casemanager en de huisartsenpost zijn er om jou te helpen.
Je hoeft het niet alleen te doen. Schakel tijdig hulp in, voordat de emmer overloopt. Je doet dit goed.