Hospice thuis vs regulier hospice: Verschil en keuze
Een terminale diagnose. Het is een moment dat je wereld op zijn kop staat.
Tussen alle emoties en doktersafspraken komt er een praktische vraag naar boven: waar wil je de laatste tijd doorbrengen? Veel mensen denken direct aan een hospice, een kliniek. Maar er is een andere, steeds populairdere optie: een hospice aan huis.
Het voelt voor veel families als een enorme vraag. Wat is het verschil nou echt?
En wat past bij ons? Laten we erover praten, alsof je aan de keukentafel zit en je afvraagt wat de beste stap is.
Hoe zit het in je hoofd? De sfeer en omgeving
Stel je even een regulier hospice voor. Het is een prachtige, warme plek, dat zeker.
Maar het is en blijft een instituut. Er is een vast dagritme.
Er lopen verpleegkundigen in uniformen. Je deelt de woonkamer met andere bewoners en hun bezoek. Het is veilig en professioneel, maar het is niet jouw plek.
Je moet je aanpassen aan de regels en het ritme van de instelling. De geur is die van een zorggebouw, niet die van je eigen keuken.
Een hospice thuis is anders. Het is je eigen vertrouwde omgeving. Je eigen bank, je eigen tuin, de foto's aan de muur. De zorg komt naar jou toe, in jouw wereld.
Je hond kan bij je liggen, je favoriete muziek kan aan. De regie blijft veel meer bij jou en je familie.
De sfeer is die van thuis, met daar omheen de medische ondersteuning die je nodig hebt. Dit is vaak het grootste verschil voor mensen: bekend terrein of een nieuwe omgeving.
De harde cijfers: Wat kost een hospice?
Laten we even heel praktisch kijken naar de kosten, want dat is vaak een beslissende factor.
Een verblijf in een regulier hospice zit grotendeels in het basispakket van je zorgverzekering. Je betaalt wel een eigen bijdrage. Die eigen bijdrage hangt af van je inkomen en vermogen, maar voor de meeste mensen ligt deze tussen de €100 en €250 per maand. Verder hoef je je geen zorgen te maken over de kosten voor de medische en verpleegkundige zorg.
Die zijn volledig gedekt. Je betaalt wel voor je eigen verblijf, eten en drinken, net als in een ziekenhuis.
Thuiszorg en een hospice aan huis werken net even anders. De wijkverpleging (verpleegkundige zorg) die je krijgt, valt ook onder het basispakket en is vrijgesteld van eigen bijdrage.
Dat is goed om te weten. Je hebt dus geen eigen bijdrage voor de verpleegkundige handelingen. Wel betaal je voor de persoonlijke verzorging (wassen, aankleden, eten klaarmaken) via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).
Je betaalt dan een eigen bijdrage via het CAK. Deze bedraagt maximaal €19,50 per maand. Het grote verschil zit hem in de extra kosten voor hulpmiddelen en mantelzorg.
Hulpmiddelen en mantelzorg: De onzichtbare kosten
In een regulier hospice staan alle hulpmiddelen al voor je klaar. Een hoog-laagbed, een tillift, een stoel die je makkelijk in en uit kunt komen.
Het is allemaal aanwezig. Je hoeft er niet over na te denken.
De verpleegkundigen weten precies hoe alles werkt en ze regelen het. Dit is een enorm voordeel als je niet meer in de situatie bent om dit zelf te regelen. Je stapt binnen en alles is geregeld. Thuis is dat anders.
Je hebt een bed nodig. Een specifiek bed. Een hoog-laagbed, dat is nodig voor de veiligheid en voor de verpleging.
Zo'n bed kost al gauw €1500,- tot €2500,- om te kopen. Gelukkig kun je via de WMO of de zorgverzekering vaak een lening of vergoeding krijgen, maar het is wel iets dat je moet regelen. Daarnaast is er de mantelzorg.
In een hospice ben je 24/7 verpleegd. Thuis ben je dat niet.
De wijkverpleging komt een paar keer per dag langs, maar er is een gat in de avond en nacht.
Dit gat moet worden opgevuld door familie of vrienden. Mantelzorgers. Dat is een zware taak. Je moet je afvragen of je familie dat aankan, zowel fysiek als emotioneel. Dit is de grootste emotionele en praktische kostenpost.
De rol van de WMO en PGB bij thuishospice
De WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) is de wet die regelt dat je zo lang mogelijk thuis kunt blijven wonen, ook als je zorg nodig hebt. Als je kiest voor een hospice thuis, dan is de WMO je beste vriend.
Je kunt via de gemeente hulpmiddelen aanvragen, zoals een aangepaste douche of een stoel. Ook kun je een Persoonsgebonden Budget (PGB) aanvragen. Met een PGB krijg je geld van de zorgverzekering om zelf je zorg in te kopen.
Je kunt dan bijvoorbeeld een professionele verpleegkundige inhuren voor de uren dat de reguliere wijkverpleging er niet is.
Dit is een ingewikkeld proces, maar het geeft je enorm veel vrijheid. Je moet wel weten dat je dit zelf moet regelen. In een regulier hospice hoef je niets te regelen. De zorginstelling regelt alles.
Thuis ben je zelf de projectmanager van je zorg. Je moet de gemeente spreken, formulieren invullen voor de WMO, een pgb aanvragen, zorgverleners zoeken en een overzichtelijk zorgdossier bijhouden voor alle betrokkenen.
Dit kost tijd en energie. Energie die je misschien liever besteedt aan het zijn met je dierbaren. Weeg dit zwaar mee in je beslissing.
Keuzehulp: Welke optie past bij jou?
Het gaat er niet om wat 'beter' is, maar wat bij jou en je situatie past. Hieronder een simpele leidraad om je te helpen beslissen. Er is overigens een prachtige middenweg die steeds vaker wordt gebruikt: de palliatieve thuiszorg.
Kies voor een regulier hospice als:
- Je 24/7 professionele medische zorg nodig hebt die complex is.
- Je familie niet de tijd, energie of mogelijkheid heeft om mantelzorg te bieden.
- Je de voorkeur geeft aan een omgeving waar alles voor je geregeld is, zonder dat je er zelf iets voor hoeft te doen.
- Je het fijn vindt om lotgenoten te ontmoeten en in een gemeenschappelijke sfeer te zijn.
Kies voor een hospice aan huis als:
- Je het allerbelangrijkste vindt om in je eigen vertrouwde omgeving te zijn.
- Je familie en vrienden een actieve rol willen en kunnen spelen in de zorg (mantelzorg).
- Je situatie redelijk stabiel is en de zorgbehoefte voorspelbaar is.
- Je bereid bent om de regie te pakken en zaken te regelen via de WMO en zorgverzekeraar.
Hierbij blijf je gewoon thuis, maar schaal je de zorg op. De wijkverpleging komt steeds vaker langs, je krijgt extra hulpmiddelen via de WMO en je kunt samen de palliatieve zorg thuis organiseren, waarbij soms zelfs 24-uurs zorg mogelijk is.
Dit is vaak de oplossing voor mensen die eigenlijk thuis willen sterven, maar bang zijn voor de gaten in de zorg. Bespreek deze optie altijd met de huisarts of de palliatief verpleegkundige, ook als het gaat om pijnbestrijding thuis bij een terminale patiënt. Het is vaak een goed compromis tussen de warmte van thuis en de zekerheid van professionele zorg.